Merksplas, 10 januari 1970

Christus, wat een heibel om een minder geslaagd artikel! Ik wil graag van je aannemen, dat Walter Baes bij het schrijven van dat stuk met de beste bedoelingen bezield is geweest en dat het snoeien door de Standaard-redactie achteraf die tekst voor een groot deel heeft verminkt, maar dat laatste kon ik niet weten. Ik heb me alleen kunnen baseren op de tekst zoals ik die onder ogen heb gekregen en, zoals ik je onmiddellijk heb geschreven, werd ik daarbij gestoord door enkele toch al te flagrante onjuistheden, Johan; vooral niet in een delicaat geval zoals het mijne. Ook Walter Baes zou begrip moeten kunnen opbrengen voor mijn uitzonderlijke situatie. Het leven wordt mij door de directie van deze instelling niet te zuur gemaakt (de omstandigheden in acht genomen). Ik mag corresponderen met wie ik wil en zoveel ik wil; ik mag beschikken over mijn schrijfmachine, en men gunt mij voldoende tijd om aan proza te laboreren. Een buitenstaander kan die dingen allicht beschouwen als doodnormaal, maar hier beschouwt men een en ander als gunsten. En dan verschijnt er ineens, vlam, een vette kop in de krant: `Noodkreet uit de cel gesmokkeld!' Waar haalt WB, verdomme, vandaan dat het manusript van Recht op antwoord uit de gevangenis werd gesmokkeld? Jij weet toch evengoed als ik dat het niet waar is. Gelukkig heeft de directie er geen drama van gemaakt, maar stel je voor dat een of andere plichtsmaniakale ambtenaar bij het ministerie van Justitie te Brussel het in zijn hoofd haalt, afgaande op dat artikel, te informeren: hoe zit dat ginder met die man in Merksplas, die manuscripten buitensmokkelt dat het een lieve lust is?

(...)

Ik wil die zaak beslist niet dramatiseren, Johan. Nu de rechtzetting in De Standaard is verschenen en het zogezegde smokkelen van manuscripten dus officieel gelogenstraft is, zeg ik samen met jou:`schwanz drüber'. Dat Walter Baes een uitbrander heeft gekregen op de redactie van De Standaard, is natuurlijk niet aangenaam voor hem, maar och, ik heb ook wel eens een sigaar moeten roken van de hoofdredacteur bij De Nieuwe Gazet. Dat is evenmin een drama. Ik zal WB vandaag of morgen een lief briefje schrijven en hem shakehands voorstellen. Als hij werkelijk een toffe jongen is, dan blijft hij zijn hart niet opvreten.

Nu wat anders. Je voorstel en plannen om een actie te ondernemen tot normalisatie van mijn toestand interesseren mij natuurlijk zeer levendig en ik ben je erg dankbaar voor elk initiatief in die richting. Enkele dagen geleden deed Walter van den Broeck trouwens een gelijkaardige suggestie. Hij schreef mij dat hij contact had genomen met Lampo en dat hij ook contact zou nemen met jou. Op zijn voorstel heb ik Van den Broeck in essentie het volgende geantwoord: een ontwenningskuur lijkt mij in de gegeven omstandigheden niet noodzakelijk (ik schrik mij een aap bij het lezen van de astronomische prijs en ik wil niemand op kosten jagen). Lichamelijk ben ik op dit ogenblik totaal ontwend. Hoogstens kan gediscussieerd worden over en eventueel gedokterd worden aan mijn mentale instelling tegenover de ethische kant van het probleem. Ik meen trouwens mezelf voldoende te kennen om te weten dat ik instinctief in opstand kom tegen elke vorm van gesloten regiem, zowel de gevangenis als een gesticht. Dat wil niet zeggen dat ik afkerig sta tegenover medische assistentie. Het is trouwens mijn voornemen bij mijn vrijlating onmiddellijk contact te nemen met de dokters Remi Keersmaeckers en Louis Van Leemput, twee Antwerpse geneesheren (geen psychiaters) die regelmatig meewerken aan De Nieuwe Gazet en die bekend staan om hun progressieve opvattingen en hun humane benadering van het drugsprobleem. Overigens blijf ik van mening dat de bijzonderste inzet, met of zonder medische assistentie, van mezelf moet komen en, in alle oprechtheid, ik geloof wel dat mijn inzicht de laatste tijd ten goede gewijzigd is.

Voor elke andere vorm van campagne, al dan niet in literaire kringen, die mijn situatie kan ten goede komen, geef ik je graag carte blanche. Op voorwaarde dat het ernstig gebeurt en niet ontaardt in het gooien met stenen, alleen maar om het plezier van het gooien.

2012-06-04