Antwerpen, 20 mei 1968

Het spijt mij dat ik deze avond niet in uw midden kan vertoeven om mijn stem te mengen in het koor van de vrijheidlievende malcontenten, maar ik ben verhinderd door omstandigheden buiten mijn wil.

Ik zit namelijk in de gevangenis, en ik zit er voor de zoveelste maal dat ik de tel kwijt ben.

Mensen, die mij niet kennen, zullen mij allicht verdenken van een gruwelijk misdrijf. Die mij wel kennen, vragen zich samen met mij en met verbijstering af hoe het in dit land mogelijk is, dat iemand zeven jaar lang met korte intervallen systematisch van zijn vrijheid wordt beroofd voor een lichtzinnige maar overigens inoffensieve contramine.

Op grond van mijn langdurige villegiatuur in de getraliede reservaten van Antwerpen, meen ik te mogen beweren dat ik wel enige ervaring heb van censuur.

Al die jaren heb ik de boeken niet mogen lezen die ik wilde lezen, de brieven niet mogen schrijven die ik wilde schrijven, de vrienden niet mogen spreken die ik wilde spreken. Het manuscript van mijn eerste boek heb ik, zoals deze missive, met achterbakse hand- en spandiensten moeten buitensmokkelen, en toen die euvele daad aan het licht kwam, werd mij prompt controle opgelegd op alle verdere geschriften om voortaan te beletten dat ik door de publicatie van subversief proza de weldenkende maatschappij voor het hoofd zou steken.

Met mijn excuus aan die weldenkende maatschappij neem ik graag deze gelegenheid te baat, en ik verzoek de heren van de B.O.B. in de zaal dit getrouw aan hun meesters te rapporteren, dat ik vastbesloten ben het luisterloze bedrijf van de censoren met een fanatieke vooringenomenheid te blijven ignoreren.

Niet uit rancune, want ik ben wijs genoeg om te weten dat een schamel stukje proza even weinig omnipotentie van het gerecht als de machteloze woede van de Scythen, die hun sidderende pijlen afschoten tegen de zon en de wolken.

Wél uit noodzaak en overtuiging, omdat niemand mij menselijkerwijze het recht kan betwisten en ontnemen om, zonder haat en zonder wrok maar ook zonder restricties te getuigen wat ik in de vergeetputten van dit koninkrijk gezien, gehoord en aan den lijve beleefd heb. En omdat ik nu eenmaal niet kan weerstaan aan die vermaledijde heerlijkheid waar een gouden vogel jubelt, veel hoger dan de leeuwerik en veel vrijer dan censoren kunnen begrijpen, of zelfs maar dromen.

* Het Komitee van Waakzaamheid organiseerde op 20 mei 1968 te Brussel een ‘Protest Read-In’ tegen censuur, waarop Roger van de Velde was uitgenodigd.

2012-06-04