De slaapkamer (1967)

Met de ‘Analytische Beschouwingen over de Seksuele Psychologie’ door Oswald Schwarz was hij dan maar op de w.c. gaan zitten. Het hielp dikwijls. Het was een beproefd systeem. Een emotionele schok veroorzaakte telkens een storing in zijn darmkanaal en het bracht hem bijna altijd tot rust wanneer hij dan een twintigtal minuten en soms wel langer dan een half uur op de w.c. ging zitten met een boek. Bij voorkeur zwaarwichtige lectuur want de ondervinding had hem geleerd dat de fysieke relax een gunstige atmosfeer schept voor een intensieve inspanning van de geest. Hij was er zelfs van overtuigd dat bepaalde wijsgerige en wetenschappelijke verhandelingen het best verteerbaar zijn in de afzondering van het hokje. Daarentegen had hij meermaals vastgesteld dat romantische literaire werken op deze plaats minder tot hun recht kwamen. En poëzie deed het helemaal niet. Het moest iets te maken hebben met osmologische weerstanden.

Willekeurig las hij hier en daar enkele fragmenten in het lijvige boek, tot zijn aandacht plotseling getroffen werd door een paragraaf op pagina 198, waar zwart op wit het volgende stond te lezen: ‘De rationele voeding speelt een belangrijke rol in het seksuele proces. Er dient in dit opzicht met de meeste nadruk te worden gewezen op het ernstige gevaar dat kan voortvloeien uit de kunstmatige hormonale opfokking van runderen en pluimvee. De hormonen, die aldus in het menselijk lichaam terechtkomen, kunnen de geslachtsrijpheid, vooral bij jonge meisjes, aanmerkelijk vervroegen. Een overmatig gebruik van vlees, zelfs zonder artificiële hormonale ingrediënten, dient overigens afgeraden te worden. Indien de stijgende consumptie van vlees in de Westeuropese landen niet tijdig wordt geremd, kan in het vooruitzicht worden gesteld dat over een kwart-eeuw de geslachtsrijpheid bij jonge meisjes in deze gewesten reeds zal optreden vanaf het dertiende jaar, en zelfs vroeger.’

Dit werd door Oswald Schwarz geschreven in 1938, en een kwart-eeuw later werd zijn theorie bevestigd door Leila Watson uit Edinburgh. Bols had gelijk. Natuurlijk had Bols gelijk. En Mauriske, die zijn lap gebakken lever zo hartstochtelijk naar de reproductie van Buffet had gekeild, had eveneens gelijk. En al de patiënten van zaal negen, die onder de gloedvolle argumenten van Bols aan een onvoorwaardelijke anti-vleescampagne begonnen waren, zij hadden allen overschot van gelijk.

Loman las het fragment nog eens aandachtig over, trok langzaam zijn broek op, en keek bedachtzaam naar de hormonale excrementen in de w.c.-pot. Dan rukte hij driftig aan de trekker van de spoelbak. Zijn besluit stond vast.

 

Na een week belde Martha Loman vertwijfeld dokter Tavernier op omdat de toestand onhoudbaar werd. ‘Is het mogelijk dat iemand een anti-vleescomplex krijgt?’ vroeg Martha.

‘Het is niet alleen mogelijk. Ik zou bijna durven zeggen dat het een actueel verschijnsel is,’ zei dokter Tavernier. ‘Er heerst momenteel een soort anti-vlees-epidemie op zaal negen. Eén der patiënten is onlangs met de burleske theorie voor de dag gekomen, dat het eten van vlees de geslachtsrijpheid van jonge meisjes zou beïnvloeden en aldus op min of meer lange termijn de ontaarding van onze ethische normen tot gevolg zou hebben. Het is natuurlijk louter waanzin. Maar praat dat die jongens maar uit het hoofd. Er is niets zo moeilijk te bekampen als een gemeenschappelijke psychose. Wij hebben alle moeite van de wereld om nog een lapje vlees aan de patiënten kwijt te raken.’

‘Dan moet u mijn man ook maar eens onder handen nemen,’ zei Martha. ‘Sinds een week verzet hij er zich halsstarrig tegen dat er vlees op tafel komt. Hij wordt al razend als ik het woord vlees durf uit te spreken. Gisteren heeft hij een pot karbonade door het raam in de tuin gegooid. Ik word er gewoon bang van.’

‘Zeer merkwaardig,’ zei dokter Tavernier. ‘Zeer interessant. Ik zal hem vandaag nog onder handen nemen. U mag op mij rekenen, mevrouw. En maakt u zich maar geen zorgen. Hij is waarschijnlijk een beetje overspannen. Het komt dik in orde.’

Het kwam dik in orde. Na een hartelijk en bijna kameraadschappelijk gesprek met Loman over de nefaste gevolgen van de vleesconsumptie, nam dokter Tavernier de hoofdverpleger van zaal negen even terzijde, en fluisterde met die voor psychiaters zo kenmerkend droevige glimlach: ‘Onze vriend Loman kan enkele dagen rust gebruiken. Misschien wel enkele weken. Geef hem haloperidol. Vijf druppels, drie maal per dag. En één esucos. Om te beginnen.’

 

2015-11-15