De slaapkamer (1967)

‘Mauriske!’ riep Loman. Hij zocht een weg tussen de tafels om de ostentatieve vleeshater een oplawaai te geven. Maar op datzelfde ogenblik werd zijn aandacht afgeleid door Suiker-en-Zout-Willie, die in het midden van de zaal dwars door zijn gestreepte pyjamabroek stond te wateren met de armen in een bezwerend gebaar naast zijn lichaam, alsof hij wilde gaan zweven.

Suiker-en-Zout-Willie droeg altijd pyjamabroeken met een extra brede gulp om het hem gemakkelijker te maken. Maar hij vertikte het meestal zijn piemel tevoorschijn te halen en waterde gewoon op de meest ongelegen ogenblikken door hemd en broek, waar en wanneer hij daar behoefte aan had. En misschien ook wanneer hij er geen behoefte aan had. Omdat hij het alleen maar fijn vond.

Loman zuchtte en reciteerde in ijltempo het gebed na het avondeten om zo vlug mogelijk verlost te zijn van het toezicht over de bende in de refter. Hij moest zich effectief bezighouden met Suiker-en-Zout-Willie want die was in staat om vierkant in de urine te gaan zitten. Al maakte dat, wat de doorweektheid van zijn broek betrof, niet veel verschil meer uit.

Arnold Loman stond in zijn zevende maand als hulpverpleger in zaal negen van het psychiatrisch hospitaal voor mannen in Antwerpen-West. Hij had achttien maanden praktische stage gelopen in de krankzinnigengestichten van Geel en Rekem, en al die tijd had hij tevens, niet zonder moeite maar ijverig, een theoretische cursus gevolgd in algemene pathologie en toegepaste pharmacologie van neuroleptica.

Hij droeg nu een kraakzindelijke witte jas, iets korter en nauwer om het middel dan die van de doktoren, maar toch stijlvol. Bezoekers, die hem in de gangen voorbijliepen, groetten hem soms eerbiedig: ‘dag dokter’, en zelfs de laboranten in de research-afdeling met hun stinkende pretentie werden geacht hem aan te spreken als ‘meneer Loman’. Meneer Loman, zegt u dat wel. In zijn elegante witte jas diende hij zich hoofdzakelijk bezig te houden met de rotzooi van zaal negen droog te houden tussen de benen en te beletten dat zij de gordijnen in brand staken, de sierplanten oppeuzelden, het aquarium lieten leeglopen, of elkaar beknuffelden in de w.c.

Hij had zich de psychiatrische verzorging enigszins anders voorgesteld. Met psycho-analyse, vrije expressie, groepstherapie, insuline, shocks en zo. Met proeven van Minnesota, Szondi, Baumgarten, Wartegg en Arthus. Met Weshler-Bellevue en de Thematic Appreciation Test, de onvolprezen T.A.T.

Dag Jan. Excrementen opruimen, meneer Loman. Lavementen zetten, meneer Loman. De verlamde Hagenbeck bij elke maaltijd het eten in de kwijlende mond duwen, lepel na lepel. En hem nog stevig stutten ook, opdat hij niet als een blok lood van zijn stoel zou donderen. Het schurftige eczeem van Lauwers verzorgen met stinkende, zwarte Limapholezalf. De oude, eenbenige en altijd slecht gehumeurde Dumonceau elke morgen inzepen en scheren. Suikeren-Zout-Willie om de haverklap een droge broek aantrekken en altijd op vinkenslag staan wanneer Mauriske met zijn vallende ziekte begon te beven en met de ogen te rollen.

En daar tussendoor de meubels afstoffen, de ruiten wassen, de w.c.’s schoonmaken, en filters schenken tijdens de bezoekuren. Hij had zich evengoed kunnen aanbieden als oppasser in een oudemannetjeshuis. Of als ruimer bij de Reinigingsdienst. Hoeveel zouden die mannen van de Reinigingsdienst verdienen? Psychiatrie is een magische formule, een geleerd hokuspokuspas, dat de deuren opent naar een vlugge en propere carrière voor jonge artsen die niet zoveel voelen voor rottende maagzweren, lillende levers, stinkende prostaten en al de vleselijke rommel. Psychiatrie wordt gezellig bedreven in een goed verwarmd en verlucht studeervertrek, met een borrel en een sigaar en de verzamelde werken van Freud, Charcot en Jung bij de hand. Maar voor een jonge hulpverpleger, die er midden in zit, is het platte kak.

Loman haalde emmer, dweil en aftrekker uit het berghokje, ruimde de smeerboel vakkundig op, en loodste Suiker-en-Zout-Willie naar de slaapzaal om hem nog maar eens een droge broek aan te trekken. De derde die middag. Hij vergat de lap gebakken lever van Mauriske, die tussen de muur en de centrale verwarming was gegleden, en er waarschijnlijk zou blijven uitdrogen tot de werkvrouw hem bij de schoonmaak van de eerstvolgende vrijdag zou vinden. Suiker-en-Zout-Willie liet zich gewillig manoeuvreren. Hij had zijn bizarre naam te danken aan de even bizarre gewoonte om tijdens de maaltijden al zijn dranken en gerechten overvloedig te vermengen met suiker en zout. Hij zat nu al een hele tijd aan een afzonderlijke tafel in de eetzaal, waar zoutvat en suikerbus zorgvuldig werden geweerd, maar zijn naam had hij behouden.

2015-11-15