Kaas met gaatjes (1970)

‘Laat maar,’ zei hij. ‘Het was mijn invitatie. Bij die volgende gelegenheid is het uw beurt om te betalen.’ Ik drong niet verder aan. Het was inderdaad zijn invitatie en ik wilde hem het genoegen gunnen de rekening te vereffenen om zijn apostolaat af te ronden. De hand bleef nog even op mijn arm rusten alsof zij iets wilde weerhouden en beschermen.

‘Denk er tenminste eens over na,’ zei hij zacht. ‘Ik weet dat u niet ineens kunt ophouden met drinken. Misschien zoudt u dan veel erger dingen gaan doen. Maar tracht er zoveel mogelijk mee op te houden heimelijk te drinken. U zult zien dat alles veel eenvoudiger wordt als u in gezelschap drinkt.’

‘Ik zal erover nadenken,’ zei ik om er af te zijn. Op dat ogenblik begon de speelkast te bulken en de jongeman deed erg zijn best om het resultaat van zijn volharding met een schijnbare onverschilligheid gade te slaan. Ik gaf Hens een hand, wierp een vluchtige blik in een van de ovalen spiegels en voelde mij een beetje beschaamd zonder te weten waarom. Terwijl ik de glazen deur achter mij dicht trok, zag ik dat Jeanne met een glas porto als een offerande vóór haar enorme borsten achter de tapkast vandaan kwam. Zij moest ook enorme billen hebben en ik vroeg mij af hoe moeizaam die twee aan het bedrijven van de liefde laboreerden. Maar dat was natuurlijk mijn zaak niet. Ondanks de Schiedam voelde ik mij volkomen nuchter terwijl ik naar de halte van de tram stapte. De straten lagen bijna verlaten in de koude winteravond en er hing een rosse gloed in de lucht alsof het ergens brandde. Teruggetrokken in een hoek van het wachthokje op het donkere plein keek ik naar het geflirt van een jong paar. Het stemde mij weemoedig dat zij er in de manifestatie van hun jeugdige overmoed zo verrukkelijk levenslustig en onbezorgd uitzagen. De tram liet tergend lang op zich wachten en ik verlangde hevig naar de ‘Côtes de Kabylie’.

 

Tegen mijn verwachting in, stelde Emma geen vragen over mijn late thuiskomst. Bij mijn binnentreden monsterde zij mij even met een bezorgde blik en was zichtbaar opgelucht omdat ik er zo nuchter uitzag. De tafel stond gedekt en wij aten opgewarmd konijn. Naderhand ging zij, zoals gewoonlijk, thee zetten in de keuken. Ik hoorde haar rommelen met de vaat en ging een fles ‘Côtes de Kabylie’ halen naast het gasfornuis. De kurkentrekker lag op het serveerblad naast de theepot.

Toen Emma even later weer in de kamer kwam, had ik twee met wijn gevulde glazen op het salontafeltje gereed gezet alsof er iets plechtigs gevierd moest worden. Zij keek mij verrast aan en ging aarzelend op de divan zitten. Blijkbaar vroeg zij zich af of ik toch dronken was. In haar verwarring vergat zij het televisietoestel in te schakelen.

‘Emma,’ zei ik. ‘Vanavond gaan wij samen wijn drinken, jij en ik. Vraag mij niet waarom. Het is een experiment.’

‘Wil je mij ook dronken maken?’ vroeg ze argwanend.

‘Het is een experiment,’ herhaalde ik. ‘Iemand heeft mij verteld dat hij van zijn drankzucht genezen is door uitsluitend in gezelschap te drinken. Ik geloof er niets van, maar ik zou de proef willen nemen want men kan nooit weten. Er zijn op dit ogenblik twee flessen in huis. Jij weet dat ik niet tot rust kom voor die twee flessen leeg zijn. Daarom gaan wij een samenwerkende vennootschap vormen. Elk glas dat jij drinkt is een glas dat ik minder drink. Het gaat natuurlijk niet om een aftelsommetje maar veeleer om de participatie.’ Zij haalde verveeld de schouders op. ‘Vind jij zelf niet dat dit een kinderachtig spelletje is?’ ‘Ja,’ bekende ik, ‘maar ik wil weten of het helpt. Het gaat er niet om dat jij een glas of vier glazen drinkt om mij een glas of vier glazen minder te laten drinken. Als het daarom te doen was, zou ik evengoed een fles kunnen leeggieten in de spoelbak. Het gaat er om dat wij door gezamenlijk iets te doen misschien dichter bij elkaar raken.’ ‘Dat is inderdaad geen slecht idee,’ beaamde zij met een voor haar ongewoon sarcasme. ‘Wij zouden bijvoorbeeld samen thee kunnen drinken.’ Ik ledigde mijn glas in een teug, vulde het onmiddellijk opnieuw, en ging overvloedig wateren. Ik was vastbesloten de twee flessen nijdig leeg te drinken en geen woord meer te verspillen aan de mislukte poging. In de wc hoorde ik dat Emma de televisie had ingeschakeld. Er was niets veranderd. Het was gewoon krankzinnig dat ik de goedkope raadgeving van Hens een ogenblik ernstig in overweging had kunnen nemen. Terwijl ik mijn gulp dichtknoopte herinnerde ik mij plotseling de naam van het meisje dat Theo mij destijds ontfutseld had. Zij heette Francine. Met haar naam kreeg zij weer een reële gestalte en ik vroeg mij af wat er van haar geworden was.

Pas toen ik weer op de divan ging zitten, merkte ik tot mijn verbazing dat Emma haar glas had leeggedronken en de tweede fles wijn aan haar kant op de grond had gezet.

‘Je moet het niet tegen je zin doen, Emma,’ zei ik beduusd. ‘Het was zomaar een voorstel. Misschien is het inderdaad een kinderachtig spelletje dat niets oplost. Voor mijn part mag je rustig je thee drinken.’ Zij gaf geen antwoord en keek onbewogen naar de televisie waarop een oude film met Buster Keaton als retrospectief curiosum werd afgedraaid. Ik dacht dat het daarbij zou blijven, maar een tiental minuten later schonk zij zich een nieuw glas in en dronk het langzaam leeg zonder mij een blik te gunnen. Er lag een slaafse en tegelijk uitdagende onderwerping in haar manier van drinken.

‘Luister Emma,’ zei ik kregelig, ‘je hoeft mijn suggestie niet zo letterlijk op te vatten. Ik zou je dankbaar zijn als je vanavond een paar glazen met mij zoudt willen drinken, maar ik wil niet dat je dronken wordt. Ik wil vooral niet dat je ziek wordt. Dit is vulgaire, koppige Algerijnse wijn en daarenboven ben jij niet gewend aan alcohol. Het is echt niet nodig domme dingen te doen om te bewijzen hoe dom mijn voorstel was.’

Zij glimlachte om een burleske scène in de film van Buster Keaton, onderdrukte een kleine oprisping met haar hand als een schelp voor de mond en schonk onverstoorbaar haar glas weer vol. Het werd mij vreemd te moede. Een ander soort angst bekroop mij, angst die ik evenmin onder woorden kon brengen. Ik had gehoopt dat wij dichter bij elkaar zouden komen en ik had het gevoel dat wij nooit zo ver van elkaar waren geweest.

Na het vierde glas werd Emma inderdaad dronken.

Zij lachte nerveus zonder enige aanleiding, beweerde nadrukkelijk dat de wijn heerlijk smaakte, neuriede af en toe flarden van een kinderliedje, vroeg mij haar rag te krabben achter de elastiekjes van haar beha en boerde enkele malen luidruchtig. Ik had haar nooit in zo’n toestand gezien. Binnen een kwartier tijds dronk zij nog twee glazen en toen gebeurde wat ik gevreesd had. Zij werd plotseling bleek, hapte naar adem, keek mij een ogenblik met grote, verdwaasde ogen als in panische verbijstering aan, en braakte toen overvloedig op het karpet naast de divan. Haar schouders schokten krampachtig onder de inspanning en ik drukte mijn hand op haar achterhoofd om haar zo diep mogelijk te laten vooroverbuigen, al was ik er niet zeker van dat ik het haar daarmee gemakkelijker maakte. In de kleverige brij dreven dunne slierten konijn.

Met een natte handdoek en een flesje lavendel trachtte ik haar wat op te frissen maar het hielp weinig. Zij reageerde niet op mijn woorden en lag met het hoofd in een kussen als een zielig hoopje ellende te kreunen op de divan. Ik kleedde haar onhandig uit, droeg haar de trap op en stopte haar zorgzaam onder de lakens. Een tiental minuten lag zij nog met het hoofd te schudden en onverstaanbare woorden te prevelen en zonk dan roerloos weg in de slaap. Het huis was nooit zo stil geweest.

Ik keerde terug naar de woonkamer, gooide het vuile karpet tussen de heesters in het achtertuintje, goot de overblijvende wijn in de spoelbak en gaf de pot geraniums voor het keukenraam water. Dan ging ik weer naar boven, zette mij op de rand van het bed en rookte een sigaret terwijl ik naar mijn slapende vrouw keek. Ik dacht aan het spichtige meisje Francine en aan Jeanne met de enorme borsten. Ik dacht ook aan Theo en het kon mij plotseling geen barst meer schelen wat er met de Chevrolet moest gebeuren. De angst gleed van mij af, even vluchtig en raadselachtig als hij gekomen was.

Met de hand op de heup van Emma heb ik mij stellig voorgenomen de volgende morgen opnieuw mijn tanden te poetsen, de sneetjes geroosterd brood te eten en in het warenhuis uit te kijken naar een beter merk dan ‘Côtes de Kabylie’. Als Hens bereid is zich te laten inviteren om zomaar over onbelangrijke dingen te praten, wil ik hem op een vriendelijke wijn vergasten.

 

2015-11-15